360° feedback

Zo ziet het eruit

De stellingen die je collega's invullen, en twee afgewerkte rapporten. De mensen en de cijfers zijn verzonnen, de vorm is precies wat je krijgt.

Waarom

Je koopt een spiegel waarvan je de vorm niet kent

Dat is het ongemakkelijke aan een 360. Je vraagt vijf of meer collega's om eerlijk te zijn over hoe je communiceert, en je weet op dat moment nog niet wat je terugkrijgt. Daarom staat het hier.

Een klassieke 360 meet competenties en levert een lijstje scores. Deze kijkt naar iets anders: hoe je luistert, hoe je een moeilijke zaak op tafel legt, en wat er met anderen gebeurt wanneer je dat doet. De cijfers zijn daarbij de aanleiding. De geschreven lezing van de coach is waar het om gaat.

Wat het niet is

  • Geen evaluatie

    Er komt geen cijfer in een personeelsdossier en er hangt geen beslissing aan vast.

  • Niet voor je werkgever

    Je organisatie ziet dat je traject afgerond is. Nooit wat erin staat.

  • Geen namen

    Je leest alle antwoorden, ook de scherpe. Je leest niet wie welk antwoord gaf.

De vragenlijst

Twaalf stellingen, drie open vragen, tien minuten

Hieronder vier van de twaalf stellingen, één uit elke competentie, in de vorm waarin je feedbackgevers ze krijgen. Bij elke stelling kan iemand kort toelichten waarom hij of zij dat vindt. Dat toelichtingsveld levert vaak meer op dan het cijfer.

Chris blijft rustig en aanspreekbaar bij spanning of kritiek.

Toelichting, optioneel

Bij mij legt Chris alles op tafel, ook wat niet leuk is om te horen.

Chris toetst of de ander correct begrepen is.

Chris formuleert observaties zonder oordeel of interpretatie.

Chris draagt bij aan gedragen besluitvorming, in plaats van te domineren of zich terug te trekken.

Een van de drie open vragen

Waar zie je voor Chris groeipotentieel in verbindende communicatie?

Een weergave van het formulier, niet het formulier zelf. De acht andere stellingen zie je wanneer je begint.

De omgeving

Waar het allemaal gebeurt

Drie schermen uit de tool zelf, met de gegevens van Chris erin. Geen mockups: dit zijn schermafbeeldingen van de echte omgeving.

Dashboard van de deelnemer: vier van de zeven feedbackgevers hebben ingevuld, nog zes dagen te gaan.
Jouw dashboard terwijl de feedbackronde loopt. Je ziet hoeveel mensen ingevuld hebben, nooit wie.
De vragenlijst met een stelling, de vijfpuntsschaal en een veld voor toelichting.
Wat je feedbackgevers zien. Ze kiezen zelf hun taal en kunnen elke score toelichten.
Het dashboard met het afgewerkte rapport en de coachkaart erboven.
Het rapport in je eigen zone, met de naam van de coach die het schreef.

Het rapport

Twee mensen, twee heel verschillende uitkomsten

Chris schat zichzelf op elke stelling lager in dan de omgeving doet, en heeft één stelling waarop de feedbackgevers het grondig oneens zijn. Kim schat zichzelf overal hoger in, en krijgt tegelijk de hoogste score van de twee voor het durven benoemen van moeilijke zaken. Geen goede en slechte leerling dus, maar twee patronen die elk iets anders laten zien.

Om de pagina leesbaar te houden tonen we drie van de twaalf stellingen. De lezing van de coach staat er volledig, want dat is het deel dat je je niet kan voorstellen.

Voorbeeld

Chris bestaat niet, Zorggroep Ter Beuke ook niet, en de cijfers en antwoorden zijn verzonnen. Het rapport is geschreven zoals we het voor een echte deelnemer zouden schrijven, in de variant zonder coaching. In een echt rapport staat onder de lezing een knop om rechtstreeks een gesprek te boeken bij je coach.

Je rapport is geschreven door

WB

Wouter Barremaecker

Coach Verbindende Communicatie

Dit rapport is geen beoordeling. Ik heb de antwoorden van je feedbackgevers gelezen, de cijfers ernaast gelegd, en opgeschreven wat ik daarin zie. Wat ik schrijf zijn voorstellen, geen conclusies: jij weet beter dan ik wat klopt en wat niet.

Neem je tijd om het te lezen. De zinnen die wringen, laat die even liggen voor je erop reageert. Daar zit vaak het meeste.

01 · Overzicht

Vier perspectieven in een oogopslag

De grijsblauwe vorm toont hoe je omgeving je gemiddeld inschat. De rode vorm toont hoe je jezelf inschat. Beide op een schaal van 1 tot 5.

3 4 5 ZELFBEWUSTZIJN en zelfregulatie EMPATHISCH luisteren HELDER SPREKEN en verbindend SPANNING en besluiten

Wat anderen zien

Gemiddelde van 7 respondenten

Hoe jij jezelf ziet

Jouw zelfevaluatie

02 · Detail

Per competentie, in 3 vragen

De balk toont het gemiddelde van anderen, het rode streepje toont waar jij jezelf gepositioneerd hebt.

Zelfbewustzijn & zelfregulatie

Jij 3.0 · Anderen 4.2 / 5

Chris benoemt eigen gevoelens en behoeften helder, zonder beschuldigend te worden.

Jij
2 / 5
Anderen
3.9 / 5
Respondent A
4
Respondent B
4
Respondent C
3
Respondent D
4
Respondent E
4
Respondent F
4
Respondent G
4

Empathisch luisteren

Jij 3.7 · Anderen 4.4 / 5

Chris toont oprechte interesse in onderliggende bezorgdheden of behoeften.

Jij
4 / 5
Anderen
4.7 / 5
Respondent A
5
Respondent B
5
Respondent C
4
Respondent D
5
Respondent E
5
Respondent F
4
Respondent G
5

Helder & verbindend spreken

Jij 2.7 · Anderen 3.5 / 5

Chris maakt moeilijke zaken bespreekbaar, op een respectvolle manier.

Jij
2 / 5
Anderen
3.3 / 5
Respondent A
5
Bij mij legt Chris alles op tafel, ook wat niet leuk is om te horen. Ik weet dat dat niet bij iedereen zo is.
Respondent B
2
Ik heb het gevoel dat er dingen zijn die niet gezegd worden. Niet uit onwil, eerder om het niet erger te maken.
Respondent C
5
Respondent D
1
Ik weet eerlijk gezegd niet wat Chris van mijn werk vindt. Dat is nooit ter sprake gekomen.
Respondent E
2
Respondent F
4
Respondent G
4

03 · Open antwoorden

In hun eigen woorden

Drie open vragen, beantwoord door alle 7 feedbackgevers. Willekeurig gesorteerd, zonder identificatie.

Wat waardeer je het meest in de communicatiestijl van Chris?

7 antwoorden

Respondent A

Chris luistert echt. Niet dat knikken terwijl je al aan het antwoord bezig bent, maar echt luisteren.

Respondent B

Er valt niemand uit de boot. Chris merkt het als iemand stiller wordt.

Respondent C

Het geduld. Chris laat mensen uitpraten, ook als het lang duurt.

Respondent D

Rustig en betrouwbaar. Wat afgesproken is, gebeurt.

Respondent E

Chris onthoudt wat je verteld hebt en komt er later op terug. Dat doet niemand hier.

Respondent F

De rust. En dat er geen spelletjes gespeeld worden.

Respondent G

Chris vraagt door tot het klopt, in plaats van te veronderstellen dat het duidelijk is.

Waar zie je voor Chris groeipotentieel in verbindende communicatie?

7 antwoorden

Respondent A

Ik zou willen dat Chris vaker zegt wat hij of zij er zelf van vindt. Nu moet je er soms naar vissen.

Respondent B

Soms duurt het lang voor iets uitgesproken wordt. Tegen dan is het al drie keer rondgegaan.

Respondent C

Chris neemt te veel op zich. Vragen om hulp mag ook.

Respondent D

Ik zou graag horen wat beter kan aan wat ik doe. Nu hoor ik alleen als het goed is, en dan weet je het nog niet.

Respondent E

Duidelijker zijn in wat er verwacht wordt. Nu is het soms raden.

Respondent F

Af en toe wat meer positie innemen. Chris denkt eerst aan iedereen en dan pas aan het eigen standpunt.

Respondent G

Knopen doorhakken. Soms blijft iets te lang open omdat iedereen het eens moet zijn.

In welke situaties komt Chris het sterkst tot zijn/haar recht?

7 antwoorden

Respondent A

Als het spannend wordt op de afdeling. Dan wordt Chris rustiger in plaats van gejaagder.

Respondent B

Bij nieuwe mensen. Die voelen zich meteen op hun gemak.

Respondent C

In gesprekken waar het emotioneel wordt.

Respondent D

Als er iets misloopt en er moet snel iets geregeld worden.

Respondent E

In het overleg met de families. Daar is Chris op zijn of haar best.

Respondent F

Wanneer twee partijen elkaar niet meer horen.

Respondent G

In moeilijke gesprekken met bewoners en hun familie.

04 · Coach interpretatie

Wat dit rapport mij vertelt

Mijn lezing van het geheel, vanuit Verbindende Communicatie.

Geschreven feedback bij jouw 360 Verbindende Communicatie

A. Wat de data toont

Chris, je hebt jezelf op deze 360 voorzichtig ingeschat. Van de negen mensen die je uitnodigde, hebben er zeven de vragenlijst ingevuld. Hun gemiddeldes liggen tussen 3,3 en 4,7. Op geen van de twaalf stellingen komt jouw eigen score boven het gemiddelde van je omgeving uit.

Het verschil tussen zelfbeeld en omgeving is het grootst op:

  • 1.2 (eigen gevoelens en behoeften helder benoemen): zelfscore 2 tegenover gemiddelde anderen 3,9
  • 1.1 (rustig en aanspreekbaar blijven bij spanning): zelfscore 3 tegenover 4,4
  • 3.3 (moeilijke zaken bespreekbaar maken): zelfscore 2 tegenover 3,3

Op deze stellingen liggen zelfbeeld en omgeving dicht bij elkaar:

  • 4.2 (oplossingen die rekening houden met verschillende belangen): 4 tegenover 4,1
  • 1.3 (verantwoordelijkheid nemen voor de eigen impact): 4 tegenover 4,3

Op 3.3 zegt dat gemiddelde van 3,3 weinig. De zeven antwoorden lopen van 1 tot 5 en vallen uiteen in twee groepen: drie mensen zitten onderaan, vier bovenaan. Dat is de enige stelling in dit rapport waarop je feedbackgevers het duidelijk oneens zijn.

De laagste score van je hele rapport staat op 3.2 (duidelijke en haalbare verzoeken doen, in plaats van impliciete verwachtingen): 3,3 gemiddeld, en daar schat je jezelf met een 3 ongeveer hetzelfde in. Op dat punt zijn jij en je omgeving het dus eens.

In de open antwoorden waarderen je feedbackgevers vooral je rust en je geduld. Meerdere mensen schrijven dat je echt luistert in plaats van te wachten tot je aan de beurt bent, dat je onthoudt wat iemand verteld heeft en er later op terugkomt, en dat er bij jou niemand uit de boot valt. Het groeipotentieel dat ze benoemen komt op twee dingen neer: ze weten niet altijd waar jij zelf staat, en er blijft iets te lang liggen voor het uitgesproken wordt. Twee mensen vragen er uitdrukkelijk naar te horen wat er beter kan aan hun eigen werk. Jij schrijft zelf dat anderen vooral je rust waarderen, en je ziet als eigen groeipunt dat je een conflict liever laat bezinken, soms te lang, en dat je niet altijd zegt wat je ervan vindt wanneer je denkt dat het niet zal vallen.

B. De lezing

Wat als eerste opvalt is de richting van het verschil. Op elke stelling zonder uitzondering ziet je omgeving meer dan jij bij jezelf ziet, en het grootst is dat verschil op precies de dingen die jij als je zwakke plek benoemt. Je geeft jezelf een 2 op het helder benoemen van je eigen gevoelens en behoeften, terwijl je feedbackgevers daar gemiddeld op 3,9 uitkomen. Dat betekent niet dat zij gelijk hebben en jij niet. Het betekent wel dat de strengheid waarmee je naar jezelf kijkt niet gedeeld wordt door de mensen die met je werken.

Leg je de grootste verschillen naast elkaar, dan hebben ze iets gemeenschappelijks. Ze gaan alle drie over wat jij naar buiten brengt: wat je voelt en nodig hebt, hoe je overkomt als het spant, en of je een moeilijke zaak op tafel legt. De stellingen over wat je binnenlaat staan er heel anders bij. Luisteren zonder te onderbreken staat op 4,6, oprechte interesse in wat er onder zit op 4,7. Het beeld dat daaruit oprijst is dat van iemand die veel opneemt en weinig teruggeeft, en die dat zelf vooral als tekort ervaart.

Daar komt de verdeelde stelling bij, en die is misschien de interessantste vondst van dit rapport. Op moeilijke zaken bespreekbaar maken lopen de antwoorden van 1 tot 5. Dat is geen ruis. In de toelichtingen schrijft iemand dat jij alles op tafel legt, ook wat niet leuk is om te horen, met de bedenking dat dat vermoedelijk niet bij iedereen zo gaat. Iemand anders schrijft dat nooit ter sprake gekomen is wat jij van zijn of haar werk vindt. Er zijn dus twee ervaringen van dezelfde persoon, en de scheidslijn loopt niet door jouw vaardigheid maar door de relatie.

Je eigen zin dat je iets niet zegt wanneer je denkt dat het niet zal vallen, past daar naadloos op. Een voorzichtige hypothese, in de taal van Verbindende Communicatie: er lijkt een sterke behoefte te spelen om de ander niet te belasten, om de rust in de ploeg te houden en om ruimte te maken voor wat anderen nodig hebben. Die behoefte dient je in veel situaties, en je omgeving benoemt ze met zoveel woorden als een kwaliteit. In andere situaties loopt diezelfde behoefte een andere behoefte voorbij, namelijk die van mensen om te weten waar ze aan toe zijn. En mogelijk ook je eigen behoefte om ergens zelf te staan, in plaats van er altijd tussen.

C. Twee gebieden om verder mee te werken

Hieronder twee gebieden die uit de data naar voren komen. Bij elk gebied staan vragen die kunnen helpen om verder te kijken, en een suggestie om met iemand uit je omgeving in gesprek te gaan. Niets hiervan is voorgeschreven. Het is materiaal om te gebruiken zoals het past.

Gebied 1: met wie zeg je het wel, en met wie niet

De aanleiding is de stelling waarop je feedbackgevers het niet eens zijn. Met sommige mensen leg je blijkbaar alles op tafel, met andere blijft het onbesproken. Voor de mensen in de tweede groep is de stilte niet neutraal: twee van hen schrijven dat ze niet weten wat jij van hun werk vindt, en dat ze dat missen. De vraag onder dit gebied is niet of je moeilijke dingen kan zeggen, want dat kan je aantoonbaar. De vraag is wat maakt dat je het bij de ene wel doet en bij de andere niet.

Vragen om bij stil te staan:

  • Als je aan de mensen denkt bij wie je het wel zegt, wat is er anders aan die gesprekken? Wat gebeurt er dan bij jou, vlak voor je begint?
  • Welk gevoel komt op wanneer je overweegt iets te zeggen en je het toch inslikt? En welke behoefte vraagt op dat moment aandacht: de rust bewaren, de ander sparen, jezelf beschermen, of iets anders?
  • Kan je je een recente situatie herinneren waarin je iets niet gezegd hebt? Wat deed je in plaats daarvan, en wat had je achteraf liever anders gedaan?

Een suggestie: vraag aan één of twee mensen die de vragenlijst hebben ingevuld wat zij concreet zien wanneer jij iets moeilijks laat liggen. Merken ze het? Zo ja, waaraan? De vraag "wat zou je van mij willen horen dat je nu niet hoort" levert meestal meer op dan "wat doe ik fout".

Gebied 2: van zorgen voor naar vragen om

Dit gebied komt uit de laagste score van je rapport, 3.2 over duidelijke en haalbare verzoeken, en uit de 2 die je jezelf gaf op het benoemen van eigen behoeften. Het is ook het enige punt waarop jij en je omgeving het volledig eens zijn, en dat maakt het bruikbaar. In de open antwoorden staat het twee keer in andere woorden: dat het soms raden is wat er van iemand verwacht wordt, en dat je te veel op je eigen schouders neemt. Een verzoek is iets anders dan een verwachting: het eerste kan de ander horen, het tweede alleen raden.

Vragen om bij stil te staan:

  • Waar merk je aan jezelf dat je iets liever zelf oplost dan het te vragen? Wat gaat er in die seconde door je heen?
  • Wat maakt vragen moeilijk: de gedachte dat je het dan niet aankan, dat je iemand belast, of dat het antwoord nee kan zijn?
  • Denk aan een taak van vorige maand die je erbij nam terwijl iemand anders ze had kunnen doen. Wat had je moeten zeggen om ze uit handen te geven?

Een suggestie: probeer deze week één verzoek volledig uit te spreken, in de vorm wat je waarneemt, wat je nodig hebt en wat je concreet vraagt, aan iemand bij wie dat weinig risico voelt. Kijk daarna niet naar het antwoord maar naar wat het met jou deed om het te vragen.

D. Een woord bij het lezen

Dit rapport is een momentopname, gevoed door zeven mensen die de moeite namen om de vragenlijst in te vullen. Hun antwoorden zijn een uitnodiging tot reflectie, geen vonnis. Het kan helpen om, na het lezen, die zeven mensen te bedanken voor hun bijdrage, en met een of twee van hen het gesprek aan te gaan over wat je hieruit meeneemt.

Verandering in communicatie groeit vooral door kleine, herhaalde momenten van bewustwording. Eén ding dat je deze week een paar keer doet, weegt zwaarder dan een groot voornemen dat na tien dagen verdampt is. Mocht je merken dat dit materiaal vraagt om een gesprek met iemand die meekijkt, dan is begeleide coaching daarvoor een mogelijkheid.

WB

Wouter Barremaecker

Coach Verbindende Communicatie

Dit rapport blijft 2 jaar op je dashboard beschikbaar. Zorggroep Ter Beuke ziet wel dat je traject afgerond is, maar nooit de inhoud van dit rapport. Het is een momentopname en wordt bewust niet als download of print aangeboden: het leeft tussen jou en je coach.

Verder

Wil je weten wat jouw omgeving ziet?

De 360 loopt in maximaal dertig dagen, met minstens vijf feedbackgevers, en een coach van Human Matters leest elk rapport na voor het naar jou gaat.